Figuur van de 9e speeldag: Tamara Cassimon (deel 2) Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Maryan Mahieu   
dinsdag, 05 januari 2010 19:06

Tamara Cassimon, geboren op 23 oktober 1975, was na de winst van bekerwinnaar Sinaai Girls midden november 2009 op bezoek bij landskampioen Standard Fémina (0-1) onze figuur van de 9e speeldag. Vlak daarna vertrok ze op huwelijksreis zodat we een uitgebreid interview met de enige vrouwelijke coach in de eerste klasse van het vrouwenvoetbal uitstelden tot de winterstop. Vrouwenteam.be sprak inmiddels met de coach van Sinaai Girls, die in het dagelijkse leven ook medewerkster is bij het Vlaams Agentschap voor Internationale Samenwerking. 

 

MM: Tamara, hoe ben je eigenlijk begonnen met voetbal?

Tamara: De voetbalmicrobe zat er al in op jonge leeftijd. Wij woonden rechtover een voetbalveld en mijn zes jaar oudere broer speelde dan tegen zijn schoolkameraden. Dus ik kwam dadelijk in contact met krachtvoetbal maar gelukkig kon ik op het technische vlak mijn plan trekken.

MM: En op welke leeftijd ben je zelf voetbal beginnen spelen?

Tamara: Iedereen zei steeds dat ik samen met een bal geboren was dus van zolang ik mij herinner speel ik voetbal.

MM: Kun je even jouw carrière als speelster schetsen? Bij welke club ben je begonnen? En hoe liep het verder?

Tamara: Ik had geluk dat ik op jonge leeftijd al bij een jongensploeg kon aansluiten, nl. SK Steenhuffel. Begin jaren '80 was het niet evident om zich als meisje aan te sluiten bij een voetbalploeg. Toen ik 12 jaar was moest ik noodgedwongen toch naar een andere ploeg uitkijken en dan ben ik bij Opdorp (Buggenhout) terechtgekomen, mijn eerste vrouwenploeg. SK Londerzeel heeft mij dan gevraagd om in de Brabantse competitie te spelen en daarna was Brussel D'71 (dat later opging in het huidige RSC Anderlecht) aan de beurt. Mijn toenmalige trainer was Lucien Paulis. Momenteel staan we dus langs de zijkant als trainers tegenover mekaar. Daarna was ik nog actief in enkele ploegen nl. Davo Puurs, Ladies Willebroek, DVK Haacht en DVC Land van Grimbergen. In die tijd werd ik geopereerd aan mijn gescheurde kruisbanden van beide knieën. Ik was toen 24 jaar en daarna kreeg ik de ene blessure na de andere zoals kraakbeenletsels, peesontstekingen, enz. Dus ik moest noodgedwongen stoppen met voetbal.

MM: Op welke positie speelde je in de ploeg toen je zelf nog voetbalde? En wat waren je sterke punten?

Tamara: Ik heb eigenlijk op twee verschillende posities gespeeld: aanvallende middenvelder maar op het einde was ik ook nog actief als een 'ouderwetse libero'. Mijn sterke punten waren mijn traptechniek en mijn inzicht.

MM: En hoe ben je dan uiteindelijk begonnen als coach? Was het je eigen idee? Heeft iemand je in die richting gedreven? Vanwaar kwam de interesse?

Tamara: Mijn broer was ondertussen trainer bij de jeugd van Oud-Heverlee Leuven en hij was van plan om zijn trainersdiploma te behalen. Hij vroeg of ik ook geïnteresseerd was en ik ben met hem meegegaan. Zo heb ik mijn UEFA-B licentie op 30-jarige leeftijd behaald. Mijn broer is nog verder gegaan en hij heeft zijn UEFA-A licentie behaald. Ondertussen was ik actief bij een provinciale ploeg, SK Oetingen. Ik bleef er 2,5 seizoenen en maakte bijna alles mee. In mijn eerste jaar (2003-04) werden we provinciaal kampioen van Brabant maar het seizoen daarna degradeerden we terug uit de nationale reeksen (we eindigden op de 12de plaats op 14 ploegen in 3de klasse B). Daarna speelden we nog mee aan de top maar in december 2006 ben ik overgestapt naar Oud-Heverlee Leuven.

MM: Ben je fan van een club? Misschien van een speler of speelster?

Tamara: Ik ben altijd al supporter geweest van Anderlecht en mijn broer van Club Brugge. Als zij tegen elkaar speelden waren er dus altijd discussies ... en dit is nog niet veel veranderd. Als we spreken over een speler dan moet ik zeggen dat mijn traptechniek geëvolueerd is doordat ik altijd zoals Luc Nilis of Ludo Coeck wou trappen.

MM: Heb je een trainer waar je naar opkijkt?

Tamara: Rafael Benitez van Liverpool vond ik altijd een markant figuur. Toen ik zelf als speelster actief was, vond ik Gunther Bomon wel een bepalende trainersfiguur in het vrouwenvoetbal.

MM: Heb je eventueel een voorbeeld als coach?

Tamara: Ik vind dat je geen enkele trainer kunt vergelijken dus ik heb niet echt een voorbeeld als coach. Iedereen bekijkt de wedstrijd anders en heeft zijn of haar uniek inzicht. Veel discussies gaan over speelsters die gewisseld worden maar enkel de trainer weet of deze speelster geblesseerd is of zich op dat moment niet goed voelt of als het eventueel om een tactische wissel gaat.

MM: Bestaat er voor jou een favoriet spelsysteem voor je ploeg?

Tamara: Ik denk dat ik steeds voor een offensief spelsysteem kies omdat ik zelf aanvallend heb gespeeld.  

MM: Vrouwen die trainer zijn, in België komt het niet zo vaak voor. Jij bent de enige in eerste klasse en ook de nationale ploegen hebben met Anne Noë (A-ploeg) en Joëlle Piron (U17) een vrouwelijke coach. Is er eventueel een verklaring voor het feit dat er zo weinig vrouwen zijn bij ons die coachen?

Tamara: Volgens mij is er een logische verklaring voor nl. tijdsgebrek. Veel vrouwen hebben reeds een dubbele invulling van hun dagelijks leven: het huishouden en een baan. Trainer zijn is wel degelijk een extra baan erbij. 80% van mijn vrije tijd gaat naar voetbal: trainingen opmaken, wedstrijden evalueren, de groep begeleiden, speelsters individueel begeleiden, vergaderingen van het sportief bestuur bijwonen ... en doordat ik hoofdtrainer ben bij Sinaai Girls vind ik het ook mijn plicht om de andere ploegen op te volgen waaronder de jeugd, twee provinciale ploegen en de ploeg uit derde klasse. Voor mij komt er dan nog bij dat ik steeds van Leuven naar Sinaai moet rijden (90 km enkele reis). Ook om een diploma te behalen moet je nog eens extra tijd en financiële middelen vrij kunnen maken. Enkel als je in de nationale ploeg gespeeld hebt kan je een korte opleidingssessie volgen en deze ex-speelsters zijn meer geneigd om deze opleiding te volgen.

MM: Is een vrouwelijke coach in het vrouwenvoetbal niet beter dan een mannelijke coach? Als je zelf vrouw bent is de aanpak misschien iets makkelijker of ben je het daar niet mee eens?

Tamara: Ik ben het daar zeker niet mee eens. Als vrouwelijke coach moet je in het begin duidelijk maken dat je boven de groep staat en niet één van hen bent. Dit moet je dan een aantal keer herhalen tijdens het seizoen, zelfs tegen supporters en bestuur. Persoonlijk hou ik van duidelijke richtlijnen: hiervan wijk ik niet af en dit wordt dan ook gecommuniceerd naar de speelsters toe. Dit kan tot discussies en misnoegdheid leiden maar als de speelsters merken dat dit consequent wordt toegepast en over de hele lijn wordt doorgetrokken dan respecteren ze dit. En elke trainer die respect afdwingt heeft steeds de groep achter zich. Maar eigenlijk is het grootste verschil extern. Mannelijke coaches worden nu eenmaal meer gewaardeerd dan vrouwelijke coaches. een mannelijke trianer met dezelfde ervaring en prestaties als een vrouwelijke trainer zal meer kansen krijgen.

MM: Heb je ooit een mannenploeg (of jongensploeg) getraind of zou je dat ooit willen doen? De Italiaanse Carolina Morace, die op dit moment bondscoach is van het Canadese vrouwenteam, deed het ooit in de Serie C1 bij Viterbese.

Tamara: Ik heb een jongensploeg U16 getraind maar nog geen mannenploeg. Het grootste verschil is individuele coaching. Als je na de wedstrijd tegen een jongensploeg zegt dat ze slecht gespeeld hebben dan nemen ze dit op als ploeg. Bij een vrouwenploeg zoeken ze dadelijk een reden en daardoor neemt elke speelster dit persoonlijk op.

MM: Wat is volgens jou het moeilijkste aspect van “trainer” zijn?

Tamara: Machteloosheid! Een trainer is nog steeds een instrument in functie van de ploeg. Het zijn de spelers of speelsters die moeten presteren op het veld. Ook is het mentaal meer vermoeiend om trainer te zijn. Als speler of speelster kan je na de wedstrijd terugblikken op je eigen wedstrijd. Maar een trainer denkt na over de tactische aspecten van alle speelsters zowel voor, tijdens als na de wedstrijd.

MM: Wat is het belangrijkst de tactiek voor de wedstrijd of de psychologie en groepsgeest van de ploeg?

Tamara: Eigenlijk is alles belangrijk maar ik hecht wel heel veel belang aan 'teamspirit'. Voetbal is nog steeds een ploegsport en men kan individueel talent hebben maar dit is nog steeds een onderdeel van het geheel.  

MM: In het jaar 2009 hebben jullie met Sinaai Girls twee keer de landskampioen geklopt. In de bekerfinale in mei en in de competitie op bezoek in Luik in november. Alleen STVV won onder Fons Moons ook thuis tegen Standard Fémina (3-1 op 15 maart 2009, MM). Vreemd dat het een vrouwelijke coach wel lukt en de mannelijke coaches nauwelijks. Is er een verklaring daarvoor? Wat was eventueel het geheim achter deze successen?

Tamara: De wedstrijden waren wel enorm verschillend. De bekerfinale hebben we verdiend gewonnen en daarin hebben we heel aanvallend gespeeld. In de competitiewedstrijd op Standard in november hebben we enorm georganiseerd gespeeld omdat Sinaai enkele belangrijke pionnen moest missen waardoor we aanvallend niet dezelfde kwaliteiten op het veld konden brengen. In deze laatste wedstrijd kwam wel de sterke ploeggeest naar boven. Iedereen speelde voor elkaar, men liep de gaten voor elkaar dicht en men nam elkaars posities knap over.

MM: Begin dit seizoen was er ook even een mindere periode toen jullie na 4 wedstrijden maar 4 op 12 hadden? Had je dat verwacht?

Tamara: Neen, integendeel. Eigenlijk was de Supercup de boosdoener van alles. Wij hadden de wedstrijd tegen Standard Fémina verloren met de strafschoppen en veel speelsters dachten toen dat we door de competitie gingen walsen omdat we de landskampioen zo onder druk hadden kunnen zetten. De mentaliteit van de groep was toen niet goed maar ze zijn op tijd wakker geworden. Tegen elke tegenstander moet er 90 minuten gevoetbald worden maar wel in groep en niet als elf individualisten!

MM: Inmiddels loopt het weer gesmeerd. Jullie zijn met 21 op 21 nu 7 duels ongeslagen. Alleen kampioen Standard Fémina deed dit seizoen met een 24 op 24 al beter. Zijn jullie een kandidaat voor de titel of is dat toch nog te hoog gegrepen?

Tamara: Mijn antwoord is nog steeds hetzelfde als in het begin van het seizoen: wij mikken op een positie in de top 3 en de beker. Mijn bestuur ziet dit antwoord liever anders, maar wij zijn geen titelkandidaat. Er is geen gebrek aan kwaliteit maar wij beschikken niet over een brede kern en de financiële mogelijkheden

MM: Wat is je ambitie als coach met de Sinaai Girls en in het algemeen?

Tamara: Mijn ambitie met Sinaai is om deze groep nog te laten groeien, zowel als ploeg als individueel. Sinaai is wel niet mijn eindstation. Ik blijf niet langer dan 3 à 4 seizoenen bij dezelfde ploeg omdat ik merk dat de uitdaging dan niet meer zo groot is, zowel bij mezelf als bij de ploeg. Ik wil niet een trainer zijn waarvan de groep al vooraf weet welke training er wordt gegeven.

MM: Wanneer haalt België volgens jou ooit een EK-eindronde of WK? En wat moet er eventueel gebeuren om dit te bereiken?

Tamara: Ten opzichte van vroeger krijgen jonge meisjes meer kansen en kunnen ze daardoor al beter evolueren. De leeftijdsgrens optrekken om langer bij jongens te kunnen spelen is alleen maar toe te juichen. Maar op alle vlakken hebben we nog heel veel werk te doen en hiervoor moeten de nodige personen aangetrokken worden die hun schouders eronder willen zetten.

MM: Hoe kijk je terug op 2009 op sportief vlak en algemeen?

Tamara: 2009 is op sportief vlak bij Sinaai heel goed verlopen. Vorig seizoen werd afgesloten met bekerwinst en een mooie vierde plaats. De voorbereidingen op het nieuwe seizoen verliepen daarna heel vlot maar de start van het huidige seizoen werd wel gemist. Maar nu zijn we terug op de goede weg. Op algemeen vlak was het voor mij een uitstekend jaar zowel privé als op professioneel vlak.

MM: Wat was volgens jou de belangrijkste gebeurtenis van 2009 algemeen? Op sportief vlak? En voor jezelf?

Tamara: Algemeen zijn er mij twee zaken bijgebleven. Spijtig genoeg eentje dat een vreselijke gebeurtenis was nl. het drama van de crèche in Dendermonde. De moordenaar Kim Van Gelder woonde in de straat van het voetbalveld. De dag erna was er wedstrijd en ik hoorde heel veel jongeren in de kantine hierover bezig. Bij sommigen stond de angst in hun ogen. Een beeld dat ik niet zo snel zal vergeten. Ten tweede de verkiezing van Barack Obama, de eerste zwarte president van de Verenigde Staten van Amerika. Op sportief vlak was er natuurlijk de bekerwinst met Sinaai Girls in het Koning Boudewijnstadion. Voor mezelf tenslotte was er natuurlijk mijn huwelijk en mijn huwelijksreis, een mooie afsluiter van het jaar.

MM: Wat hoop je of wat zijn je grote wensen voor 2010?

Tamara: Dat iedereen met een positieve blik het vrouwenvoetbal kan steunen en verder promoten. Men moet het vrouwenvoetbal sterker maken maar in heel veel discussies verliest men soms het plezier van het voetbal uit het oog. Ik geniet van voetbal en dat gevoel wil ik nooit verliezen. En voor Sinaai Girls hoop ik terug op de de beker!

 

MM: Dat kwam recht uit het hart. Dank voor het interview en nog veel succes voor het vervolg van dit seizoen en in je verdere trainerscarrière.

 

PS: Wil je nog eens de details zien van Standard Fémina - Sinaai Girls klik hier